• Appenta overzicht
  • Appenta samen

Herkennen van contractvormen in het sociaal domein

Een model voor gemeentelijke contractering

Transformatie

Het is de bedoeling van de transformatie van de jeugdhulp en de WMO-begeleiding dat gemeenten keuzes maken met betrekking tot de inrichting van de jeugdhulp en de begeleiding. Gemeenten staan ‘dichterbij de burger’ dan de rijksoverheid, is de stelling.

Voor de toewijzing van jeugdhulp en begeleiding aan zorgaanbieders sluiten gemeenten, meestal via formele aanbestedingsprocedures, contracten af met zorgaanbieders. Deze contracten definiëren de vereiste kwaliteit, de procedures en de prijzen die zorgaanbieders in rekening mogen brengen. Gemeenten doen dit meestal niet zelfstandig, maar in samenwerking met andere gemeenten in regionaal verband.

Zoals verwacht maken gemeenten in toenemende mate verschillende keuzes ten aanzien van de inrichting van de jeugdhulp en de begeleiding. Deze keuzes hebben grote gevolgen voor de wijze waarop zorgaanbieders de (administratieve) inrichting van de zorg vorm moeten geven. Ze variëren van toewijzing van (delen van) de zorg aan één zorgaanbieder tot het bieden van maximale keuzevrijheid voor burgers door alle zorgaanbieders te contracteren die aan de kwaliteitseisen voldoen. En vanuit een ander gezichtspunt: van het definiëren van de vereiste inhoud van de zorg in productbeschrijvingen tot alleen het afstemmen van de te behalen zorgdoelstellingen. In de dagelijkse praktijk zijn dit ingrijpende keuzes.

Model voor contractering

Met een model voor contractering kunnen de contractvormen voor jeugdhulp en begeleiding op hoofdkenmerken worden ingedeeld. Hierdoor ontstaat inzicht in welke gemeentelijke contracten voor wat betreft deze kenmerken op elkaar lijken. Betrokken partijen kunnen deze informatie gebruiken bij de afstemming van contracten en de inrichting van de zorg gedurende de contractperiode.

Dit model deelt contractvormen in op basis van de volgende twee assen:

  • Model ZorgcontracteringWie beslist welke zorgaanbieder wordt ingezet voor een cliënt (gemeente of cliënt)? Heeft de cliënt veel of weinig keuzeruimte? Of heeft de gemeente al één of enkele zorgaanbieders geselecteerd?
  • Wie bepaalt samen met de cliënt de te behalen doelstellingen, het ‘wat’, en/of de inhoud van de zorg, het ‘hoe’ (gemeente of zorgaanbieder)? Heeft de zorgaanbieder veel of weinig ruimte om samen met de cliënt de juiste zorg vorm te geven? Of heeft de gemeente dit op voorhand in een keukentafelgesprek met de cliënt bepaald?

Langs deze assen kunnen gemeentelijke contracten worden ingedeeld in één van de vier kwadranten. Met deze indeling kunnen gelijksoortige contracten worden onderkend. Deze gelijksoortige contracten vereisen ook gelijksoortige inrichtingskeuzes die gemaakt moeten worden door zorgaanbieders en gemeenten. Dit betreft onder andere:

  • Hoe gedetailleerd moeten keukentafelgesprekken door gemeenten worden gevoerd? Hoeveel kennis vraagt dat van de gespreksdeelnemers en welke kosten zijn hiermee gemoeid?
  • Hoe kunnen nieuwe methoden en werkwijzen gedurende de contractperiode worden gerealiseerd? Hoeveel impact heeft dit op de contracten?
  • Welke informatie van gemeenten en zorgaanbieders is noodzakelijk voor cliënten om de benodigde keuzes te kunnen maken?
  • Hoe gedetailleerd moeten zorgmedewerkers de contracten kennen en de consequenties kunnen bespreken met hun cliënten?
  • Wat zijn de mogelijkheden van zorgaanbieders om meer hulp te geven als dat nodig is en minder indien mogelijk?

De praktijk

In de praktijk zie ik gemeenten verschillende keuzes maken. Deze verschillende keuzes zijn grafisch weergegeven in de figuur:

  1. Ontwikkelingsrichtingen zorgcontracteringDe gemeente selecteert één of enkele zorgaanbieders die nauw samenwerken met de gemeente en een grote verantwoordelijkheid krijgen in de vormgeving en vernieuwing van de jeugdhulp en/of begeleiding.
  2. De gemeente stelt een productenboek van alle mogelijke vormen van zorg op. Per product worden meerdere zorgaanbieders gecontracteerd. In een keukentafelgesprek wordt het gewenste product door de cliënt bepaald en kiest de cliënt eveneens de gewenste gecontracteerde zorgaanbieder.
  3. De gemeente definieert globale zorgprofielen. Per profiel worden meerdere zorgaanbieders gecontracteerd. In overleg met de zorgaanbieder bepaalt de cliënt de benodigde jeugdhulp en/of begeleiding. De gemeente vertrouwt de zorgaanbieder en stuurt alleen bij als er signalen zijn dat er iets mis gaat.

Conclusie

Gemeenten maken in toenemende mate verschillende keuzes met betrekking tot de inrichting van de jeugdhulp en begeleiding. Deze keuzes hebben een grote impact in de uitwerking ervan door gemeenten en zorgaanbieders. In dit model voor contractering worden contractvormen ingedeeld langs twee belangrijke assen:

  • Bepaalt de gemeente of de zorgaanbieder samen met de cliënt de inhoud van de zorg?
  • Kiest de gemeente of de cliënt de zorgaanbieder?

Zorgaanbieders hebben vaak te maken met meerdere gemeenten en daardoor veelal met meerdere contractvormen. Voor elke mogelijke contractvorm is het de kwaliteit van de uitwerking die het succes van de transformatie bepaalt. Hierbij is het voor de zorgaanbieder de kunst hier goed op aan te sluiten. Dit model kan helpen om de contractvorm te herkennen en daarbij de juiste uitwerking te kiezen. Hierdoor kan de overgang van de ene contractvorm naar een andere voor alle betrokken partijen soepeler verlopen, zodat de cliënt op de best mogelijke wijze geholpen wordt.

De geschetste ontwikkelingen zijn nog erg recent. Dit model sluit aan bij deze recente ontwikkelingen, maar is daarom nog niet breed gevalideerd. De toegevoegde waarde van dit model zal zich de komende jaren gaan bewijzen.